Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag

La page est créée Jean-Luc Dufour
 
CONTINUER À LIRE
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Il Bollettino

   Driemaandelijks ledenblad
            van de
   Vereniging Dante Alighieri
       Leiden-Den Haag
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Colofon       Inhoud

                                   Il Bollettino       3     Agenda
                      verschijnt 4 maal per jaar
                                                             Open Avond
                                     Redactie                Lezing september
            Coralie van Nes, Marèse Röselaers,
                                                             Lezing oktober
                              Gerard Schelvis
                                                       7     Uit het klaslokaal
                                 Redactieadres
                                                       9     Studiebeurzen
                   bollettino@dante-alighieri.nl
                           cavannes@gmail.com         12     Lezersbrieven
                                                             De lol van het leren (5)
                                           Kopij
                 voor het eerstvolgende nummer               De koepel van de Santa Maria
          in te zenden vóór 17 september 2018
                                                                                  del Fiore
                          aan te leveren in Word
                                                      16     Leuk Italiaans
       Gepubliceerde stukken vallen niet onder
                                                             Codice Lingua (3)
 verantwoording van de redactie of het bestuur.
    De redactie behoudt zich het recht voor om        22     Boekrecensies
     ingezonden artikelen in te korten of niet te
                                                             Le libere donne di Magliano
                                        plaatsen
                                                             Da dove la vita è perfetta
                            Advertentiekosten
                                                             Sangue giusto
                           kwart pagina € 37,50
                           halve pagina € 75,00              Una giornata nell’antica Roma
                           hele pagina € 150,00
                                                             Divorare il cielo
                                 Abonnement                  Caesar in de Lage Landen
          Het abonnement is inbegrepen bij het
                                                      29     De Vertaaltuin
               lidmaatschap van de vereniging
                     (€ 25 p.p. per cursusjaar)       31     Cultureel nieuws
                                                      36     Bestuurssamenstelling
                    Productie en verzending
                 MultiCopy Katwijk Klei-Oost

Aan dit nummer hebben verder meegewerkt:
          Wim Jansen, Marisa Jansen-Miglioli,
                 Bas Kegge en Lex Plompen,
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Estate 2018                                            Il Bollettino, 155

                             Agenda

De lezingen worden gehouden in de taal waarin ze zijn aangekondigd.
De locaties kunnen verschillen; kijkt u hiervoor bij de info over de
lezing. Tenzij anders aangegeven, beginnen de lezingen om 20:00 uur.

Vrijdag 7 september Open Avond
Locatie: Het Vreedehuis, Riouwstraat 1 te Den Haag
                       Om 18:00 uur
                       (indien gewenst) gratis niveautest voor
                       nieuwe cursisten
                       Van 19:00 tot 20:00 uur
                       kennismaking met bestuur en docenten voor
                       nieuwe cursisten en geïnteresseerden
                       Om 20:00 uur
                       muzikale voordracht door Marcella Pischedda
                       La Storia canta
                       (In het Italiaans gezongen liederen met
                       Nederlandse toelichting)

Vrijdag 5 oktober
Locatie: Het Vreedehuis, Riouwstraat 1 te Den Haag
                       Couperus en Italië
                       Lezing in het Nederlands door
                       Caroline de Westenholtz

                                                                       3
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Il Bollettino, 155                                               Estate 2018

Vrijdag 7 september

                                Open Avond
                        Kennismaking en gratis niveautest
                     voor nieuwe cursisten en geïnteresseerden
Om 18:00 uur gratis niveautest voor nieuwe cursisten. U dient zich
hiervoor wel uiterlijk 4 september per e-mail aan te melden bij de
cursusorganisator: corsi@dante-alighieri.nl.

Van 19:00 tot 20:00 uur kan er nader kennis worden gemaakt met
docenten en bestuur en kan men zich alsnog inschrijven voor het
cursusjaar, voor zover er nog plaats is in de gewenste cursus. Het
verdient daarom aanbeveling u eerder in te schrijven. Onze docenten
kunnen u desgewenst adviseren over het voor u geschikte niveau. Als
de niveautest uitwijst dat u beter een andere cursus kunt kiezen dan
die waarvoor u zich heeft ingeschreven, kan dat alsnog in orde worden
gemaakt.
Om 20:00 uur kunt u aansluitend de eerste lezing van het seizoen
bijwonen.

                                La Storia canta
Muzikale voordracht door Marcella Pischedda
                                   In dit optreden wordt ruim een eeuw
                                   Italiaanse geschiedenis verteld door
                                   middel van liederen, voordrachten
                                   en anekdotes.
                                   De periode waarover gezongen en
                                   verteld wordt, strekt zich uit van de
                                   Italiaanse     eenwording      (Unità
                                   d’Italia in 1861) tot de jaren 90 van
                                   de 20e eeuw (Seconda Repubblica).
                                   Met haar stem en gitaar zal zij het
publiek verschillende emoties laten beleven: dromerige liefdesliedjes,
realistische werk- en protestliederen en vrolijke volkswijsjes.

4
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Estate 2018                                                       Il Bollettino, 155

Napolitaanse liederen (de wieg van la canzone Italiana)
Beroemd zijn de traditionele Napolitaanse liederen. Het klassieke
Napolitaanse lied is een romantische ballade, met veel hartstocht
gezongen. Het stamt uit het begin van de 19e eeuw en wist zich te
verspreiden over de gehele wereld.
In de liederen zijn vaak referenties aan de stad en de harde realiteit uit
de dag van de gewone man. In de rauwe stad aan de baai van Napels
kent men de traditie om het leven te vertellen aan de hand van
liederen.
Maar de muziek is ook wijdverspreid onder hen die niet in de
muzikaalste stad van Italië wonen. Nog steeds worden Napolitaanse
liederen over de hele wereld vertolkt. Niet in de laatste plaats in
Amerika, waar zich een grote Napolitaanse gemeenschap bevindt.
Natuurlijk leeft het Napolitaanse lied nog volop onder de rook van de
vulkaan. Zangers van de liederen hebben met hun muziek vele
muzikanten beïnvloed. Overbekend is natuurlijk het lied O sole mio
dat uit het einde van de 19e eeuw dateert. Andere bekende liederen
zijn Santa Lucia en Torna a Surriento.
De muzikale reis brengt ons vanaf la
Canzone Napoletana tot de Cantautori
(beroemde singer-songwriters van de
jaren 80/90).
De hele reis wordt aan elkaar gepraat
door Marcella en eindigt in een
samenzang met het publiek.

Marcella Pischedda is een Italiaanse folkzangeres (Lumàyna Trio), straatartieste,
leidster van zangprojecten (met kinderen, volwassenen en verstandelijk
gehandicapten) in Italië en in Nederland. Zij woont in Nederland .

                                                                                  5
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Il Bollettino, 155                                                    Estate 2018

Vrijdag 5 oktober

                           Couperus en Italië
Lezing door Caroline de Westenholtz

Louis Couperus (1863-1923) beschouwde Italië als zijn tweede
vaderland. Sinds zijn eerste bezoek in 1893 is hij er ontelbare keren
geweest. Van 1910 tot 1915 woonde hij zelfs in Italië, in vaste
pensions en hotels in verschillende plaatsen. Hij heeft er tal van
verhalen, columns en reisverslagen over geschreven. Hij liet zich zijn
leven lang inspireren door kunst en mythologie uit de Klassieke
Oudheid. Denk hierbij aan boeken als Reisimpressies (1894), waarin
hij zijn eerste reis door Italië beschrijft, verder aan romans als
Dionyzos (1904), De berg van licht (1905/06),
Herakles (1913) en beschrijvingen van kunst
als in Uit blanke steden onder blauwe lucht
(1912/13).
De huidige expositie in het Louis Couperus
Museum heet: ‘Een sneller schrik van
schoonheid’... Louis Couperus en de
beeldhouwkunst.
De tentoonstelling, die nog te zien is tot en
met 14 oktober, gaat deels over de klassieke
Romeinse beeldhouwkunst en wat Couperus
daarover schrijft. Over dit alles en nog veel
meer gaat deze lezing.

Caroline de Westenholz is kunsthistorica en oprichtster van het Louis Couperus
Museum aan de Javastraat in Den Haag. In het museum zijn sinds de oprichting
in 1996 vele tentoonstellingen door haar of op haar initiatief georganiseerd. Zij
heeft vele publicaties op haar naam staan, onder andere over Couperus en Italië.

6
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Estate 2018                                                     Il Bollettino, 155

              Nieuws van de PLIDA examencommissie
Met tevredenheid kunnen we u mededelen dat tijdens de voorjaars-
sessie 2018, 13 kandidaten het PLIDA examen hebben afgelegd.
               In april heeft mw. M.Stefan haar certificaat op niveau
               C1 behaald!
               De 12 kandidaten van de examens van mei wachten nu
in spanning op hun resultaten.
Voor de najaarssessies 2018 is inschrijving mogelijk tot vrijdag 23
november. Deze examens vinden plaats op:
   woensdag 28 november: A1, A2 en
   donderdag 29 november: B2, C1 en C2
De data voor 2019 zijn nog niet bekend.
Namens de Examencommissie PLIDA
Patrizia Nanni

Een P.L.I.D.A. certificaat (Progetto Lingua Italiana Dante Alighieri) wordt
officieel erkend door de Italiaanse overheid en door het Ministerie van
Buitenlandse Zaken. Het wordt ook erkend als geldig bewijs om zich in te
schrijven op een Italiaanse Universiteit. Als u lid bent van Dante Alighieri in
Nederland, kunt u een examen afleggen.
Er zijn verschillende niveaus
in het Italiaans aangegeven met:         in het Nederlands omschreven als:
A1 livello di contatto                   A Basisgebruiker
A2 livello di sopravvivenza
B1 livello di soglia                     B Onafhankelijke gebruiker
B2 livello di progresso
C1 livello di efficacia                  C Vaardige gebruiker
C2 livello della padronanza
Het examen toetst de vier vaardigheden: luisteren, lezen, spreken en schrijven.
Alle onderdelen vinden op dezelfde dag plaats. Zie voor kosten, uitgebreidere
informatie en inschrijving onze website www.dante-alighieri.nl (onder het kopje
Cursussen) of kijk op www.plida.it/plida.

                                                                                7
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Il Bollettino, 155                                             Estate 2018

       Geef u tijdig op voor de gewenste cursus Italiaans!

U heeft natuurlijk het Programmaboekje ontvangen en waarschijnlijk
ook wel doorgebladerd, maar denkt u eraan u tijdig aan te melden voor
de gewenste cursus? Voor u het weet is het september en misschien is
de door u gewenste cursus dan vol!
Natuurlijk biedt Dante Leiden/Den Haag de bekende taalcursussen,
voor beginners tot vergevorderden.
Maar er is ook een breed aanbod aan thematische cursussen, zoals het
luisteren en vertalen van liedjes, lessen over cultuur, actualiteit,
landschap, literatuur etc. Hiermee wordt uw spreekvaardigheid en
luistervaardigheid verbeterd en het geeft ook inzicht in allerlei
aspecten van Italië en het Italiaans!
Schrijf u daarom snel in zodat u zeker bent van een plaats in de cursus
van uw keuze.
Alle mogelijkheden vindt u op de website www.dante-alighieri.nl.
Ga naar het tabblad ‘cursussen’, log in of registreer en kies uw cursus.
U kunt ook een mail sturen naar corsi@dante-alighieri.nl.

Geen internet? Benader dan een van de bestuursleden die u graag
verder helpen.

8
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Estate 2018                                                Il Bollettino, 155

Veel taleninstituten in Italië geven korting op het cursusgeld aan leden
van onze vereniging. De voorwaarden waarop hiervan gebruik kan
worden gemaakt (aantal weken, periode, etc.), alsmede de kortings-
percentages verschillen (van 5 tot wel 100%!).
Hieronder volgt een overzicht - gerangschikt naar regio - van de
scholen waarmee ons Comitato de laatste 10 jaar contact heeft gehad
over de beschikbaarheid van beurzen.
Sicilia
Catania       Scuola Galatea                www.scuolagalatea.it
Cefalù        Solemar Academy               www.solemar-academy.com
Palermo       Sicilia Language School       www.scuolaitalianosicilia.it
Taormina      Babilonia                     www.babilonia.it
Sardegna
Alghero       Scuola di Lingua e Cultura    www.unisstral.it
              Italiana
Cagliari      L’Accademia                   www.laccademia.com
Puglia
Lecce         The Hub                       www.thehublecce.com
Otranto       Italian Language School       www.ilsonline.it
Campania
Napoli        Centro Italiano               www.centroitaliano.it
Salerno       Accademia Leonardo            www.accademialeonardo.it
Lazio
Roma          Torre di Babele               www.torredibabele.com
Umbria
Assisi        Accademia Lingua Italiana     www.aliassisi.it
Todi          La Lingua La Vita             www.wellanguage.com
Toscana
Arezzo        Cultura Italiana Arezzo       www.culturaitalianaarezzo.it
Firenze       Scuola Leonardo da Vinci      www.scuolaleonardo.com
Firenze       Centro Italiano               www.centroitalianofirenze.com
Firenze       Centro Fiorenza               www.centrofiorenza.com
Firenze       Dante Alighieri               www.firenze.ladante.it
Firenze       Europass                      www.europass.it
Firenze       Istituto Il David             www.davidschool.com
Firenze       Istituto Europeo              www.istitutoeuropeo.it

                                                                           9
Il Bollettino - Driemaandelijks ledenblad van de Vereniging Dante Alighieri Leiden-Den Haag
Il Bollettino, 155                                                        Estate 2018

Firenze              Scuola Toscana                 www.scuola-toscana.it
Lucca                Lucca Italian School           www.luccaitalianschool.com
Orbetello            Terramare                      www.linguaterramare.com
Siena                Dante Alighieri                www.dantesiena.com
Le Marche
Camerino             Dante Alighieri                www.scuoladantealighieri.org
Civitanova           Civitas Italia                 www.civitasitalia.org
Macerata             Università di Macerata         www.unimc.it
Mondavio             Dante Alighieri                www.scuoladantealighieri.it
Recanati             Campus L’Infinito              www.campusinfinito.it
San Severino         Edulingua                      www.edulingua.it
Urbania              Centro Studi Italiani          www.centrostuditaliani.org
Urbino               Lingua Ideale                  www.linguaideale.it
Veneto
Caorle               Il Faro                        www.ilfarolingua.it
Venezia              Istituto Venezia               www.istitutovenezia.com
Trieste              Istituto Venezia               www.istitutovenezia.com
Verona               Centro Italiano Idea           www.ideaverona.com
Friuli
Udine                Università degli studi         www.uniud.it
Emilia-
Romagna
Bologna              ARCA                           www.arca-bologna.com
Bologna              Madrelingua                    www.madrelinguaitalian.com
Modena               Romanica                       www.romanica.it
R.Emilia             Reggio Lingua                  www.reggiolingua.it
Rimini               Tiberius International         www.tiberius-international.com
Lombardia
Milano               CALCIF                         www.calcif.unimi.it
Liguria
Chiavari             Nel Blu                        www.nel-blu.it
Genova               Centro Internazionale di Studi www.centrint.unige.it
                     Italiani
Genova               A door to Italy                www.adoortoitaly.com
Genova               Scuola Tricolore               www.scuola-tricolore.it
Sanremo              Omnilingua                     www.omnilingua.net
Piemonte
Torino               L’Italiano Porticando          www.italianoporticando.com

Voor wat betreft de inschrijfprocedure wijzen wij u graag op het
volgende:
   U informeert zich over een school waar u een cursus wilt volgen.
     De bovenstaande lijst kan daarbij behulpzaam zijn.

10
Estate 2018                                            Il Bollettino, 155

    Vóórdat u zich inschrijft, neemt u contact op met Ad Spliet
       (e-mail borse@dante-alighieri.nl, telefonisch 070-3588080 of
       mobiel 06-51404357) die nagaat of het instituut van uw keuze
       een beurs aanbiedt. Als de school dat aanbod al niet spontaan
       had gedaan, zal hij daartoe een verzoek doen.
    Pas nádat positief bericht is ontvangen over de toekenning (op
       naam) van de beurs, schrijft u zich in.
    Verdere contacten met de school; betreffende lesmethode,
       niveau, buitenschoolse activiteiten, huisvesting, betaling,
       alsmede de reis, regelt u zelf.
Tenslotte vermelden wij dat er bemiddelingsorganisaties zijn die het
regelen van een cursus voor u uit handen nemen, onder andere
Italstudio (www.italstudio.nl) en Tricolore (www.tricolore.nl).
In veel gevallen krijgen onze leden ook korting op de door hen
aangeboden cursussen.

De vereniging Dante-Alighieri Leiden-Den Haag geeft hiermee geen
oordeel over de kwaliteit en inhoud van de cursussen.

                                                                      11
Il Bollettino, 155                                             Estate 2018

                     De Lol van het Leren (5)

Als er zoiets bestaat als een writer’s block, moet er ook sprake kunnen
zijn van een learner’s block. Mogelijk kennen we dat verschijnsel
allemaal uit ervaring: te veel aan ons hoofd, te veel afleiding om ons
heen, te veel van alles en nog wat. Of een tijdelijk tekort aan
motivatie, aan discipline of aan regelmaat.
In dat geval staan er drie wegen open voor de geblokkeerde:
   1. rustig afwachten tot de bui over drijft,
   2. zich keihard aan nieuwe discipline onderwerpen (‘zin maken’),
   3. op zoek gaan naar intrinsieke motivatie.
Vrijwel altijd kies ik voor het laatste. Een taal leren moet een lolletje
blijven. Daarom is het goed jezelf af en toe te verwennen met een
handige mengeling van het nuttige en het aangename. Een vergulde pil
levert vaak sneller resultaat op dan een bittere.
Als incentivo kan bijvoorbeeld een reisje naar het favoriete buitenland
dienen, al dan niet met als voornaamste doel een talencursus. Iets
dergelijks heb ik mijzelf al een enkele keer toegestaan en het is
uitstekend bevallen. Slechts de keuze van het adres was wat lastig.
Uiteindelijk werd die bijna alleen bepaald door mijn geografische
voorkeur. Enige onafhankelijke informatie over de kwaliteit van de
aangeboden leergangen zou wel eens handig kunnen zijn, maar is
moeilijk te verwezenlijken. Toch lijkt me die kwaliteit minstens zo
relevant als de gepresenteerde kortingspercentages. Een kleine
bijdrage om deze lacune op te vullen: met name mijn keuzes voor
Verona en Calabrië (Tropea) vielen zeer goed uit. Het is lang geleden
maar ik kan die plekken fortissimo aanbevelen.
Helaas staan er tussen dromen en daden vaak praktische bezwaren in
de weg, die een educatief tripje voorlopig even onmogelijk maken. In
zo’n geval biedt internet een grote dosis troost.
Een beetje creatieve surfer komt al snel uit snel bij Italy Heritage. Wat
die site ons allemaal niet voor lekkernijen voorschotelt, grenst aan het

12
Estate 2018                                                Il Bollettino, 155

onvoorstelbare: geschiedenis, cultuur, folklore, toeristische artikelen,
een cursus Italiaans, gastronomie, actualiteit, alles opgediend op een
zacht bedje van licht verteerbare didactiek. Vooral de poëzie- en
filmfragmenten zijn even nuttig als vermakelijk. Ze gaan vrijwel
allemaal gepaard met een begeleidende tekst en de vertaling in een
soort zijtiteling. De toeschouwer kan kijken, luisteren, de tekst volgen
en af en toe een tersluikse blik werpen op de mee-scrollende vertaling.
Als dat geen multitasken is…
De argeloze bezoeker van de site valt van de ene sensatie in de andere.
                      Hilarisch is bijvoorbeeld de beruchte scene met de
                      toren van Pisa uit de film Amici miei, met onder
                      anderen Ugo Tognazzi en Philippe Noiret. Het
                      mooist echter is het verhaal van Roberto Benigni,
                      I quattro anatroccoli. Helaas is het filmfragment
                      om duistere redenen verdwenen, maar een kleine
                      speurtocht in Google leverde de volgende link op:
                      https://www.dailymotion.com/video/xq5zbc. Daar
                      toont de grote (ja toch?) Benigni een verbluffend
staaltje van zijn kunnen in een ontroerend autobiografisch verhaal.
Van harte aanbevolen en helemaal gratis, in tegenstelling tot een
waarschijnlijk instructiever instituut als Incontro Italiano. Dat
verschaft abonnees prachtige nieuwsbrieven met veel tekst en uitleg in
audio, video en podcast, gevolgd door transcripties, woordenlijsten,
oefeningen en wat niet al. Voor nog geen veertig euro’s per jaar. A
questo no si può cadere un bernoccolo (lees: li ci vai sul sicuro).
Er zijn ook nog andere sites, bijvoorbeeld die van de Rai
(http://www.italica.rai.it/corso.php), maar die is ongelofelijk schools.
Ten slotte laat ook de BBC zich niet onbetuigd. Helaas heb ik er geen
kennis van kunnen nemen, want de Brexit Broadcasting Corporation
gunt zijn heerlijkheden niet aan stervelingen op het continent.
Samenvattend gaan we daarom stellen dat Italië een land is dat ook op
het net uitblinkt in het propageren van zijn taal en cultuur. Maar dat is
‘sfondare una porta aperta’.

Gerard Schelvis

                                                                          13
Il Bollettino, 155                                           Estate 2018

                De koepel van de Santa Maria del Fiore

Op 16 maart j.l. bezocht ik de lezing ‘De koepel van de Santa Maria
del Fiore’ van ir. Bart Bleker. Ik had gehoopt op een leerzame avond
over de minder bekende bouwkundige aspecten van de bekende
koepel van Brunelleschi, maar ging teleurgesteld naar huis. Ik heb
geen aantekeningen gemaakt en schrijf dus geen verslag, maar geef
wat impressies die bij mij zijn blijven hangen.
Wie een technisch getinte presentatie geeft aan een publiek dat in
meerderheid niet wiskundig/technisch geschoold is, moet zijn
terminologie tot in de puntjes op orde hebben, die helder uitleggen en
consequent gebruiken. De in de bouwkunde zo belangrijke kettinglijn
hoort niet bij een parabool, maar bij een hyperbolische functie. Een
driedimensionale koepel is geen parabool, maar kan een paraboloïde
zijn, of bijv. een halve bol. Maar pas op: niet alle paraboloïden zijn
slank; ook schotelantennes zijn paraboloïden en wie weet gold dit ook
voor het zo platte dak van het palazzo dello sport dat ons getoond
werd. Zo werden twee- en driedimensionale figuren permanent door
elkaar gehaald, een gotische spitsboog en een parabool ten onrechte
min of meer tot synoniemen verklaard, en veel, heel veel bleef in de
rommelige presentatie ergens hangen tussen beeld en tekst.
Even terug naar de kettinglijn, die immers de contour van de koepel
zou vormen. Deze had een aparte introductie op twee-drie inleidende
plaatjes verdiend, waarop de prachtige opstellingen met omgekeerde
koepels, touwtjes en gewichtjes van Gaudí in de Sagrada Familia van
Barcelona niet mogen ontbreken. Ook het krachtsverloop binnen een
boog als gevolg van het eigen gewicht en de resulterende krachten op
de fundering kunnen een lekenpubliek heel aanschouwelijk worden
uitgelegd, en niet zeggen dat het dan “al gauw te moeilijk wordt”. Met
een simpele, maar goede tekening op het scherm en wat touwtjes en
elastiekjes kun je heel ver komen en iedereen duidelijk maken waarom
er in de koepel scheuren kunnen ontstaan en waarom die lopen zoals
ze lopen. Wie de koepel wil stabiliseren, kan dat met stalen banden
proberen, maar niet met kabels of kettingen (deze drie werden door de
spreker te pas en te onpas door elkaar gehaald).
Op mijn vraag of de koepel van Brunelleschi ooit met moderne
middelen was nagerekend, was het antwoord een onduidelijk “nee”,

14
Estate 2018                                               Il Bollettino, 155

aangevuld met “men begrijpt het nog steeds niet, het blijft een
mysterie” of iets in die trant. Dat “nee” wilde ik nog wel accepteren,
maar met die aanvulling werd het allemaal wel erg ontwijkend, zodat
ik, thuisgekomen, mijn vraag op het internet losliet. Wat blijkt nu? De
koepel is in de jaren ’90 wel degelijk mathematisch gemodelleerd en
nagerekend. En de contour is geen kettinglijn, waardoor de constructie
niet alleen op druk belast wordt, maar ook op buiging, zodat al snel na
de voltooiing van het bouwwerk scheuren ontstonden.
Tot slot nog even dit: wie voor Dante-publiek spreekt, kan zich in zijn
schermteksten geen spelfouten in Italiaanse woorden of namen
veroorloven en behoort ook te weten hoe de gebruikte woorden
worden uitgesproken. Ook dat alles ging consequent mis.
Op deze avond is het lekenpubliek op een aantal punten met een
kluitje in het riet gestuurd. Erger was het voor wie een beetje thuis is
in de statica en sterkteleer van constructies.
Ir. Wim Jansen

                                                                         15
Il Bollettino, 155                                                       Estate 2018

                               Codice lingua (3)
Nel Bollettino Primavera avevo scritto sulla Reale Accademia d’Italia,
l’accademia fondata nel 1929 durante il periodo fascista, che aveva lo
scopo di depurare la lingua italiana da tutti i forestierismi, di
combattere contro l’uso del ‘lei’ a favore dell’uso del ‘voi’ e di
svolgere una chiara funzione di propaganda, specialmente all’estero.

Così Mussolini conclude, il 28 ottobre del 1929, il discorso per
l’inaugurazione dell’Accademia d’Italia:
     Eccellenze, signore, signori! Sono fiero di aver fondato l’Accademia d’Italia:
     Sono certo che essa sarà all’altezza del suo compito nei secoli e nei millenni
     della nostra storia. Sono lieto d’inaugurare ufficialmente l’Accademia
     d’Italia nel simbolo del Littorio e nel nome augusto del Re.
Gli accademici sono sessanta; sono nominati a vita con decreto reale
                                     su proposta del capo del governo;
                                     godono di un assegno annuo di
                                     36.000 lire; nelle pubbliche
                                     funzioni e nelle cerimonie
                                     devono indossare una uniforme
                                     speciale.
                                     Nel 1939 assimilano nella loro
                                     struttura la Reale Accademia
                                     Nazionale dei Lincei, i cui soci,
per lo meno quelli che accettano, e sono una trentina, vengono inseriti
nell’organico come semplici soci aggregati. L’Accademia Nazionale
dei Lincei scompare così dalla scena e solamente a fine guerra (1944),

16
Estate 2018                                                Il Bollettino, 155

e dopo la soppressione della Reale Accademia d’Italia, su consiglio di
Benedetto Croce, riacquisterà la sua propria autonomia.
Ma che cosa è un’accademia?
Nell’enciclopedia Treccani leggiamo che il nome accademia deriva
dal greco ed originariamente indica la scuola filosofica di Platone
fondata nel 387 a.C.; questa scuola si trovava fuori le mura di Atene,
in un bosco dedicato all’eroe di guerra Academo. In questo luogo
Platone filosofa con i suoi discepoli, tra cui anche Aristotele, e scrive
le sue opere. Per estensione si intende per accademia un’associazione
permanente di studiosi, retta da un proprio statuto ed istituita con lo
scopo di curare e promuovere le lettere, le scienze e le arti. Ancora
con tale nome si intende il luogo delle riunioni o la sede degli uffici.
In Italia le prime accademie nascono già nel Quattrocento; sono
piuttosto cenacoli umanistici: amici e studiosi si riuniscono in modo
informale e i loro dibattiti hanno temi di interesse vario, ma uno dei
più sentiti e che dà adito a polemiche e a discussioni molto accese è la
questione della lingua. Le accademie che si formano negli anni
successivi, in particolare tra il Cinquecento e il Seicento, si vanno
trasformando da semplici cenacoli ad organizzazioni ben strutturate,
con leggi ben precise, con simboli, figure guida, ma soprattutto con un
bisogno emergente: quello di rifondare la lingua volgare su nuove basi
e su un canone ben definito e linguisticamente omogeneo.
Fino a quel momento, praticamente dal Medioevo in poi, erano le
università ad avere il compito di formare la classe intellettuale e per
questo si servivano del latino, la lingua della tradizione, quella che
permetteva l’immediata comunicazione nazionale ed internazionale.
Le accademie, avendo strutture organizzative e ritualità diverse ed
essendo generalmente meno rigide e formali delle università,
diventano allora i luoghi privilegiati di elaborazione, riflessione e
diffusione della lingua volgare, ovvero il fiorentino-italiano, che
aspira a diventare la lingua nazionale, la lingua al di sopra dei tanti
dialetti quotidianamente parlati, con l’intento di diffondersi in nuovi
campi del sapere (filosofia, scienza, diritto), fino a quel momento
dominio esclusivo del latino.
In Italia si verifica allora un’esplosione di accademie distribuite per
tutta la penisola, ciascuna con le proprie finalità e il proprio campo di
interesse; a tutt’ oggi molte di loro sono ancora attive.

                                                                          17
Il Bollettino, 155                                                                                    Estate 2018

L’Accademia Nazionale dei Lincei, a cui avevo accennato più sopra,
nasce come accademia scientifica. Fondata a Roma nel 1603 da
Federico Cesi, un patrizio umbro, insieme con tre amici, due umbri
come lui (Francesco Stelluti e Anastasio De Filiis) e un ... olandese,
Johannes van Heeck1, (italianizzato in Ecchio) ha lo scopo di
incentivare lo sviluppo delle scienze. Deve il suo nome all’acutezza
                     che deve avere la vista di coloro che si dedicano
                     alle scienze, proprietà fisiologica che caratterizza
                     appunto la lince.
                     Anche se non trascurano la letteratura, i Lincei
                     coltivano soprattutto le scienze naturali e
                     matematiche (il Cesi stesso fu naturalista) e
                     quando nel 1611 Galileo Galilei ne diviene socio
                     prendono posizione per le teorie del grande
                     scienziato. Sappiamo che nel periodo del fascismo
                     devono chiudere battente, ma alla caduta della
                     dittatura uno dei primi provvedimenti dell’Italia
                     liberata sarà appunto la sua ricostituzione. Come la
                     mitica fenice, così la lince risorge dalle sue ceneri,
                     riprendendo la sua attività di studio, ricerca e
                     divulgazione delle scienze. L’Accademia ha
                     mantenuto fin dalla sua nascita la stessa sede: il
Palazzo Corsini, a Roma, nel rione di Trastevere.
Non scientifica ma letteraria è l’Accademia dell’Arcadia che nasce a
Roma nel 1690: è un movimento letterario che si sviluppa e si
diffonde in tutta Italia durante il Settecento in risposta a quello che era
considerato il cattivo gusto del Barocco.
Essa si richiama nella terminologia e nella simbologia alla tradizione
dei pastori-poeti della mitica regione dell’Arcadia. Anche la sua sede,
una villa sulle pendici del Gianicolo, assume un nome ‘arcadico’,
Bosco Parrasio. I suoi membri si chiamano Pastori; il loro protettore è
Gesù bambino (adorato per primo dai pastori); come loro insegna
scelgono la siringa del dio Pan, cinta di rami di alloro e di pino, ed
1
  J. van Heeck (Deventer 1579  ?): studia latino, greco, astronomia ed astrologia nella sua città, ma in seguito
alla persecuzione calvinista fugge dai Paesi Bassi, si rifugia in Italia e a Perugia, nel 1601, consegue la laurea in
medicina. Esercita la professione e intanto viene a far parte dell’Accademia dei Lincei. Viaggia molto, non solo
in Italia, ma anche in Europa, pur continuando ad essere socio dell’accademia. Nel 1616, a causa di squilibri
mentali, viene escluso dalle adunanze. Da quel momento non se ne hanno più notizie e la data e il luogo della sua
morte rimangono sconosciute.

18
Estate 2018                                                                                   Il Bollettino, 155

ogni partecipante deve assumere, come
pseudonimo, un nome di ispirazione
pastorale greca.
La sede dell’Arcadia è a Roma, presso
la Biblioteca Angelica, biblioteca ricca
di libri e archivi che vengono
regolarmente consultati non solo da
studenti ma anche da ricercatori italiani
e stranieri; organizza pure cicli di conferenze rivolte non soltanto ai
suoi soci ma anche a chiunque ne sia interessato.
Ma l’accademia più famosa e quella che continua a tutt’oggi a con-
trollare e curare la lingua nazionale è senz’altro l’Accademia della
Crusca, che come accademia linguistica è in effetti la più vecchia del
mondo. Sorge a Firenze tra il 1582 e il 1583 per iniziativa di alcuni
letterati con l’intento di studiare e conservare la lingua nazionale
italiana; assume intenzionalmente questo nome ‘buffo’, proprio perché
il suo scopo è quello di separare le parole non buone da quelle di uso
puro, così come la farina viene separata dalla crusca 2. Il suo motto è:
‘Il più bel fior ne coglie’ (Ze plukt de mooiste bloem), un adattamento
di un verso del Petrarca (’l più bel fior ne colse dal Canzoniere, Poi
che per mio destino); le sue adunate sono scherzosamente chiamate
‘cruscate’ e il simbolo dell’Accademia stessa è il frullone, l’arnese che
separa appunto la farina dalla crusca.

I soci si chiamano ‘cruscanti’; le loro sedie sono gerle della farina
rovesciate e i loro stessi nomi vengono sostituiti da soprannomi presi
dalla terminologia dei mulini. Così il primo dei cruscanti è Leonardo
Salviati (l’Infarinato); e Michelangelo, pure lui socio, si fa chiamare
l’Impastato.

2
  Crusca: Residuo della macinazione dei cereali costituito dagli strati più esterni dei semi separati da quasi tutta
la farina, residuo che viene poi usato per l’alimentazione degli animali. In olandese crusca è tradotta con kaf
(quindi: het kaf van het koren scheiden).

                                                                                                                19
Il Bollettino, 155                                                                                   Estate 2018

L’opera principale dell’Accademia è Il Vocabolario, che pubblica nel
1612 a Venezia; questo vocabolario non solo sarà uno straordinario
strumento di identità nazionale, ma sarà anche lo strumento migliore
per conoscere la lingua nazionale contribuendo in modo decisivo alla
sua identificazione e alla sua diffusione.
Nuove edizioni, modificate ed arricchite; si susseguono nel corso dei
secoli fino al 1923; in quell’anno subisce un arresto che durerà ben più
di trent’anni. Nel 1955 l’idea di un nuovo grande vocabolario storico
verrà ripresa, ma solo dal 1965, grazie anche ad un finanziamento del
CNR (Consiglio Nazionale delle Ricerche) si possono riprendere i
lavori e nasce una collaborazione tra l’Accademia e il centro studi del
CNR, l’OVI (Opera del Vocabolario Italiano). A questo punto
l’accademia, liberata in parte da quel lavoro, può indirizzarsi con
maggiore energia alla ricerca e alla consulenza dell’italiano sui fronti
grammaticali, lessicologici e filologici.
Si modernizza, tanto è vero che ora possiamo consultare il suo sito
(http://www.accademiadellacrusca.it), che dà ampio spazio a
domande, dubbi, quesiti su problemi della lingua (sezione di
consulenza linguistica), che presenta una lista, sempre aggiornata, di
parole ‘nuove’ che sono entrate a tutti gli onori nella lingua italiana
(sezione ‘Parole nuove’) ed informa su eventi ed incontri non solo a
livello nazionale ma anche a livello internazionale.
Per quanto riguarda le parole ‘nuove’, la regola è che, senza il
beneplacito dell’accademia stessa, la parola non può entrare nei
dizionari italiani! Ne è la prova quanto è successo un po’ più di un
anno fa con l’aggettivo ‘petaloso’. Matteo, un bambino di 8 anni,
alunno di terza elementare di una scuola di Ferrara, in un tema dove
doveva descrivere un fiore, usa l’aggettivo ‘petaloso’ per spiegare
appunto che il fiore in oggetto aveva molti petali! Petaloso 3, almeno
fino a quel momento, non esiste e non si trova in nessun dizionario
italiano. È pura fantasia del bambino: la maestra lo deve quindi
considerare errore segnandolo con la matita rossa, ma, incuriosita e
divertita, decide di inviare il nuovo lemma all’Accademia della Crusca
per una valutazione, e la Crusca risponde:
3
  In effetti esisteva già, ma non come parola di uso comune in italiano, essendo apparso in un trattato di botanica
del Seicento. Nel suo libro Centuriae Decem Rariora Naturae, un registro di specie animali, vegetali e fossili
scritto tra il 1693 e il 1703 con termini latini e italiani, il botanico e farmacista inglese James Petiver aveva
infatti definito il fiore del peperoncino, la pimenta, ‘petaloso’. A detta dei suoi colleghi era sì un buon botanico
ma un pessimo latinista: forse anche allora un simpatico errore?

20
Estate 2018                                                      Il Bollettino, 155

  È una parola ben formata, chiara e bella, che potrebbe essere utilizzata nella
  lingua italiana, come le altre parole formatesi nel medesimo modo.
Nella sua risposta, l’Accademia non ha potuto, quindi, che constatare
la corretta formazione di questo aggettivo derivato dal sostantivo
‘petalo’ con l’aggiunta del comune suffisso ‘-oso’; l’italiano conosce
centinaia di aggettivi simili (coraggio/coraggioso; calore/caloroso;
paura/pauroso...).
Intanto, la notizia si diffonde e ‘petaloso’
comincia ad essere usato in maniera virale sui
social network; però, solo se sarà usato in
maniera continua da tantissime persone, solo
allora il nuovo aggettivo godrà di pieno
riconoscimento e potrà essere inserito tra i
vocaboli della lingua italiana.
Per intanto la gioia del piccolo Matteo, della sua mamma e della sua
maestra è alle stelle.
Marisa Jansen-Miglioli
                                ۞۞۞۞۞
                        M’ama, non m’ama…
A proposito di ‘petaloso’, quindi di petali, chi non conosce la frase:
m’ama non m’ama…? È la tipica frase degli innamorati, insicuri,
                       incerti del loro amore: la ragazza o il ragazzo del
                       cuore mi ama oppure non mi ama? E così
                       interpellano la… margherita! Questo bel fiore,
                       semplice nel suo biancore con quel cuoricino
                       giallo, è il fiore ideale per ‘spetalare’ e qui
invento anch’io una parola, o meglio un verbo, ‘lo spetalare’, che in
nessun dizionario si trova. Ma l’azione è appunto intesa a togliere
poco per volta i petali della margherita rinnovando ad ogni
‘spetalatura’ o meglio sfogliatura la domanda in questione.
Sembra che questa tradizione si debba a Margherita di Provenza,
moglie del re Luigi IX di Francia, fatto prigioniero dai saraceni
durante la crociata del 1248. Margherita sfogliava appunto questi fiori,
recitando una preghiera ad ogni petalo strappato e continuò fino a
quando il marito non ritornò a casa! Il re, commosso da quel gesto,
fece aggiungere sullo stendardo del casato tre margherite d’argento.

                                                                                21
Il Bollettino, 155                                                      Estate 2018

           Le libere donne di Magliano di Mario Tobino
Interrompo la mia serie sul bestiario della Divina Commedia per un
libro che si potrebbe intitolare, irriverentemente, ‘un bestiario
                     dell’umana tragedia’. Vorrei parlare di Le libere
                     donne di Magliano di Mario Tobino, apparso nel
                     1953. Sono molto grato a Mariolina Devalle per
                     averne proposta la lettura nel corso Cinema en
                     Letteratura di quest’anno. È un libro che per me,
                     e per altri corsisti di Mariolina, appartiene alle
                     rarissime opere letterarie che non si possono
                     dimenticare. Lo scrittore e poeta Mario Tobino
                     (19101991) ha lavorato per lungo tempo come
                     psichiatra in un ospedale psichiatrico vicino a
                     Lucca. Nel suo libro, che ha il carattere di un
diario, descrive le donne ricoverate nel suo reparto del manicomio.
Dico ‘manicomio’ perché è proprio quello il termine che Tobino
volutamente usa, come anche la parola ‘matto’, invece di malato di
mente o qualcosa del genere. Non solo scrisse in un’epoca
politicamente ancora ‘scorretta’ – non si preferiva ancora quel tipo di
termini eufemistici – ma soprattutto non sottilizzò con le parole per
richiamare l’attenzione dei sani su coloro che erano stati colpiti dalla
follia. In quel tempo i matti furono rinchiusi come bestie in una
gabbia, invece di essere trattati come creature umane. Il libro comincia
in medias res:
     Oggi è arrivata, proveniente da Firenze, una malata, una matta, giovane,
     fresca, alta, con lo stampo della salute fisica. Quando sono entrato nel
     reparto era seduta a letto e mangiava con golosità. Aveva la camicia aperta
     sì che si vedeva comodamente un seno. Non aveva alcun pudore, neppure la
     finzione del pudore. È affetta da “schizofrenia”, quella malattia mentale che
     scompone la persona umana rendendola senza senso e senza scopo.
Tutto quello che fa l’unicità del libro è qui: osservazione precisa,
descrizione esatta, diagnosi scientifica, e allo stesso tempo, e quasi in

22
Estate 2018                                                          Il Bollettino, 155

ogni parola, pietà e compassione. La distanza clinica del medico non
gli impedisce mai di vedere e di compiangere la persona umana sotto
l’apparenza disumana. Però, non pensare che il libro sia sentimentale.
Non lo è affatto, perché è proprio l’insieme di distanza e di pietà che
commuove il lettore. Mi risultò difficile leggere il libro in un tratto,
perché la quasi spietosa acutezza dei ritratti dipinti dallo scrittore ti fa
mancare il fiato. Ci vuole ogni tanto una pausa per riprendersi prima
di continuare la lettura. Succede per esempio che un matto, solo nella
sua cella,
      può urlare ventiquattro su ventiquattro ore senza che alcuno lo rimproveri,
      nominare selvaggiamente il nome di Dio, pisciare verso l’aria e contro il
      muro, defecare ridendo, con lo sterco disegnare le bianche pareti, scrivere
      sui muri nomi accompagnati dagli insulti più profondi, bere la sua stessa
      orina, ballare cantando e arruffandosi la chioma come un Bacco eccitato,
      pacatamente in sé stesso confabulare, dare alla voce il tono conciliativo.
      L’alienato nella cella è libero, sbandiera, non tralasciandone alcun grano, la
      sua pazzia, la cella suo regno dove dichiara sé stesso, che è il compito della
      persona umana.
Il comportamento di questo malato sembra poco meno che bestiale,
ma Tobino riesce a riscoprire nei suoi atti e nelle sue grida il bisogno
esistenziale dell’uomo di esprimersi. Lo chiama addirittura libero,
quel matto. Sono libere le donne di Magliano perché non sentono i
freni della cultura, della religione, della vergogna, o se ne fregano.
Combattono ogni ostacolo per ostentare i loro sentimenti, gioia o
dolore. Lo scopo del libro è proprio dare una voce a quelle libere
donne di Magliano:
      La mia vita è qui, nel manicomio di Lucca. Qui si snodano i miei sentimenti.
      Qui sincero mi manifesto. Qui vedo albe, tramonti, e il tempo scorre nella mia
      attenzione. Dentro una stanza del manicomio studio gli uomini e li amo. Ed il
      mio desiderio è di fare di ogni grano di questo territorio un tranquillo,
      ordinato, universale parlare.
Vi raccomando di leggere il libro (che purtroppo non è ancora stato
tradotto in olandese4). Tobino vi presenta personaggi originali e storie
straordinarie, spesso commoventi ma anche divertenti. Lo scrittore-
psichiatra sa raccontare, non solo sulle sue pazienti, ma anche sulle
infermiere, che sono tutte di famiglie contadine; e sulle suore, alcune
molto carine, altre invece rigidissime. E poi, Tobino è un poeta, sono

4
    Cerco di interessare un editore per la traduzione.

                                                                                    23
Il Bollettino, 155                                                       Estate 2018

bellissime le sue descrizioni del paesaggio toscano; basterà un solo
esempio:
     La pianura lucchese d’estate è un muovere-ondeggiare di verde ridente, un
     conversare spiritoso con ogni frutto e gemma e la vista varia e danza e si
     perde e si rinfranca e per nulla i monti che lontanamente circondano
     ostacolano quella letizia.
Dieci anni dopo la pubblicazione del libro sono arrivati gli
psicofarmaci. In un’appendice lo scrittore si chiede: sono ora
finalmente e veramente libere, le mie donne, grazie a quelle pasticche?
La risposta è sì e no. In alcuni casi gli psicofarmaci mettono un’altra
camicia di forza, forse, a nostra insaputa, più dolorosa. Ma Tobino
ricorda anche un matto che si sentiva sempre in colpa e domandava
tutta la notte e il giorno dopo di punirlo, di frustarlo, di seviziarlo; per
lui la pasticca fu infatti la liberazione dal suo tormento. Credo che il
dilemma che preoccupò Tobino sia sempre attuale: gli psicofarmaci
hanno il potere di rompere le nebbie, non di purificare del tutto. A
questo punto ci vorrebbe l’aiuto da uomo a uomo, la psicoterapia;
aggiungere ai psicofarmaci il nostro fraterno aiuto.
Una panacea però non c’è. Anche se, dopo gli anni cinquanta, si è
svolto un forte progresso nella scienza e nell’arte della psichiatria,
penso che anche molti psichiatri di oggi si riconoscano sempre nel
sogno e sospiro melanconico con cui Tobino chiude il libro:
     Adesso sono venticinque anni che vivo tra i matti e la notte sempre più me li
     sogno: volti che vicinissimi mi ridono spastiche risate, parole che mi arrivano
     distinte eppure non riesco a decifrare se sono di derisione o di richiesta di
     aiuto, donne mi piangono davanti con i capelli disciolti e so che non ho
     nessuna possibilità di consolarle.

Lex Plompen

                                   ۞۞۞۞۞

24
Estate 2018                                               Il Bollettino, 155

                      Da dove la vita è perfetta
Silvia Avallone maakte acht jaren geleden furore met Acciaio (Staal),
waarvoor ze een aantal literaire prijzen ontving.
Nu komt ze sterk terug met een nieuwe, hyperrealistische roman die
zich afspeelt in een betonwijk aan de rand van Bologna, waar armoede
troef is. De moeders proberen met slechtbetaalde baantjes het gezin op
de been te houden, de vaders zijn afwezig, leven van drugshandel,
pendelen tussen huis en gevangenis. Adele, opgegroeid in deze
woestijn van stenen, heeft geen toekomstperspectief, raakt zwanger op
haar zeventiende, bevalt alleen in een ziekenhuiskamer. Slechts een
paar minuten mag ze haar dochtertje vasthouden, dan moet ze het
afstaan aan de kinderbescherming.
Na deze ingrijpende openingsscene, wordt de lezer meegevoerd naar
het begin van haar ongewenste zwangerschap. Adele is omringd door
mensen die knokken om het hoofd boven water te houden. Manuel, de
vader van het kind, neemt de benen als hij het nieuws verneemt. Dan
is er ook Zeno, de verlegen, intelligente buurjongen die het buurtleven
observeert vanuit zijn raam en met wie zij een vriendschap opbouwt.
In een andere wijk leven Dora en Fabio, een stel dat door hun
onvervulde kinderwens uiteen gedreven wordt, totdat ....
                      Avallone maakt duidelijk dat ontsnappen aan
                      deze marginale maatschappij onmogelijk is;
                      alleen het moeizame streven naar een perfect
                      leven blijft overeind in de harde werkelijkheid
                      van het economisch zwakke Italië.
                      Het is een harde maar ook empatische roman, met
                      feministische trekjes en een scherpe kijk op de
                      hedendaagse maatschappij vanuit afzonderlijke
                      levens.
                      Een mix van Elsa Morante, Elena Ferrante en de
naturalistische doem van Emile Zola.
Silvia Avallone, Da dove la vita è perfetta
Rizzoli, 2017

                                ۞۞۞۞۞

                                                                         25
Il Bollettino, 155                                                    Estate 2018

                              Sangue giusto
Na de veelgeprezen roman Eva dorme, uit 2010, waarin Francesca
Melandri de woelige geschiedenis van Alto Adige beschrijft sinds het
einde van de Eerste Wereldoorlog, verscheen afgelopen herfst een
nieuwe roman van deze auteur, Sangue giusto die verslag doet van een
recenter tijdperk, namelijk dat van Berlusconi. De centrale figuur is
Ilaria, een linkse docente met een geliefde die deel uitmaakt van de
regering Berlusconi, en een demente vader die een vooraanstaande rol
speelde tijdens de hoogtijdagen van de Democrazia Cristiana. Op een
dag staat er een jonge Ethiopiër op de stoep, een vluchteling die claimt
een kleinkind te zijn van haar vader, uit een relatie tijdens de
Italiaanse kolonisatie. Deze familiegeschiedenis dient als achtergrond
voor een afrekening met een verzwegen episode uit de Italiaanse
geschiedenis.
Kolonialisme, racisme, minachting voor de medemens zijn de echte
thema’s van de roman. Melandri voert ons mee naar het Ethiopië van
maarschalk Graziani en laat zien dat het racisme voortvloeiend uit het
kolonialisme vandaag de dag nog springlevend is in al zijn inhumane
verschijningsvormen. Ook de situatie in een andere
Italiaanse ex-kolonie, Libië, onder leiding van
Gaddafi, komt uitgebreid aan de orde.
Ondanks, of misschien juist dankzij, een flinke
portie historisch materiaal is deze roman een
aanwinst in een land waar ook de linkse partijen, uit
opportunisme of onwetendheid, nog steeds
vasthouden aan de breed gedeelde opvatting dat de
Italianen brava gente zijn en dat immigranten een
bedreiging vormen.
Francesca Melandri, Sangue giusto
Rizzoli, 2017

N.B. Deze roman is ook in het Nederlands verschenen, uit het Italiaans vertaald
door Etta Maris.
De lange weg naar Rome
Uitgeverij Cossee, ISBN 9789059367784

                                 ۞۞۞۞۞

26
Estate 2018                                                  Il Bollettino, 155

                  Una giornata nell’antica Roma
Hoe leefden de oude Romeinen? Wat gebeurde er elke dag in de
straten van Rome? Wat deden de Romeinen in hun vrije tijd? Hoe
                  smaakte het voedsel? Het zijn vragen die we ons
                  allemaal wel eens gesteld hebben en waarop we het
                  antwoord vinden in dit zeer leesbare boek.
                  We volgen het leven van de Romeinse burger in de
                  oudheid van de vroege ochtend tot de late avond, te
                  beginnen met het leven in de domus tot een bezoek
                  aan het Forum, aan een rechtszitting en de
                  slavenmarkt. De middag wordt grotendeels gevuld
                  door de spelen in het Colosseum waarna de avond
                  wordt doorgebracht met banketten en andere,
intieme genoegens van de Romeinen. Een aanrader voor wie Rome op
een andere manier wil bezoeken.
Alberto Angela, Una giornata nell’antica Roma
Vita quotidiana, segreti e curiosità, Mondadori
                                ۞۞۞۞۞

                            Divorare il cielo
A dieci anni dal successo di La solitudine dei numeri primi, Premio
Strega 2008, Paolo Giordano ritorna con il suo nuovo
romanzo Divorare il cielo.
La storia suddivisa in tre parti, è quasi tutta ambientata
in una masseria in Puglia, vicino ad Ostuni; i
protagonisti sono quattro ragazzi: tre fratelli che non
sono fratelli, un padre che non di tutti è padre, e che li
cresce nel culto di una religione propria, una setta,
dicono gli altri. Una ragazza di buona famiglia, che
arriva da Torino in vacanza, li spia di là dal muro che
divide la masseria dei ‘fratelli’ dalla villa. Dieci anni di vita in comune
durante i quali tutti e quattro cercano qualcosa in cui credere senza
morirne.
Un romanzo di ben 430 pagine, scritto con la precisione del thriller,
dove però il delitto è soltanto la vita comune di quattro ragazzi.
Paolo Giordano, Divorare il cielo, Edizione Einaudi

                                                                            27
Il Bollettino, 155                                           Estate 2018

                     Caesar in de Lage Landen

Het Rijksmuseum van Oudheden heeft een gezichtsreconstructie van
Julius Caesar laten maken. Volgens het museum was de
wereldberoemde veldheer qua uiterlijk minder heroïsch dan gedacht:
Caesar was kalig en had als gevolg van problemen bij zijn geboorte
een schedelafwijking.
Archeoloog Tom Buijtendorp deed die bevindingen tijdens zijn
onderzoek naar de rol van Caesar in de Lage Landen. Op basis
daarvan is een ‘nieuw’ gezicht voor Caesar gemaakt, waarbij de
schedelafwijking te zien is en ook de haardracht afwijkt van de
gebruikelijke afbeeldingen.
Onlangs publiceerde hij zijn onderzoek in een nieuw boek.
Archeoloog en fysisch antropoloog Maja d’Hollosy maakte op basis
                       van Buijtendorps werk en een marmeren
                       Caesarbuste een ‘nieuw’ gezicht voor Caesar
                       waarbij schedelvorm en haardracht afwijken van
                       de gebruikelijke afbeeldingen. Op verschillende
                       bekende bustes heeft Caesar namelijk een vrij
                       weelderige haardos. Die beelden zijn echter
                       veelal gemaakt na het overlijden van de
                       veldheer en niet echt waarheidsgetrouw.
                       Medisch onderzoek toont volgens Buijtendorp
                       aan dat een marmeren beeld in Turijn het meest
getrouwe beeld van Caesar biedt. Daarop is zelfs de schedelafwijking
aangegeven die het gevolg moet zijn geweest van een zware bevalling.
Ook was Caesar qua militaire overwinningen minder succesvol dan
vaak gedacht en leed hij waarschijnlijk bij Maastricht zijn grootste
nederlaag. Dit blijkt uit nieuw onderzoek, dat aantoont dat Caesar een
belangrijk deel van zijn Gallische Oorlog in de Lage Landen voerde.
Caesars gezichtsreconstructie is de komende maanden gratis te zien in
de centrale hal van het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden.
Tom Buijtendorp, Caesar in de Lage Landen
Omniboek

28
Estate 2018                                             Il Bollettino, 155

Op de vorige aflevering kwamen maar liefst vier reacties, waaronder
een waardevolle van Kees Wenneker, die ons attendeerde op enkele
onvolkomenheden in de weergave van de oorspronkelijke tekst.
Gehuld in een warm boetekleed danken wij hem daarvoor hartelijk.
Daarnaast schijnen er enkele Dante-leden zachtjes te kennen te hebben
gegeven dat ze zich misschien ook wel aan een vertaling zouden
willen wagen. Om deze redenen en opdat de naderende vakantie deze
aarzelingen zouden kunnen wegnemen, hebben we besloten de
inzendingstermijn een stukje te prolongeren, namelijk tot 15
augustus. Daarom hier nog eens de tekst van Gabriele D’Annunzio,
maar nu zonder enig gebrek.
I Pastori
Settembre, andiamo. E’ tempo di migrare.
Ora in terra d’Abruzzi i miei pastori
lascian gli stazzi e vanno verso il mare:
scendono all’Adriatico selvaggio
che verde è come i pascoli dei monti.
Han bevuto profondamente ai fonti
alpestri, che sapor d’acqua natìa
rimanga ne’ cuori esuli a conforto
che lungo illuda la lor sete in via.
Rinnovato hanno verga d’avellano.
E vanno pel tratturo antico al piano,
quasi per un erbal fiume silente
su le vestigia degli antichi padri.
O voce di colui che primamente
conosce il tremolar della marina!
Ora lungh’esso il litoral cammina
la greggia. Senza mutamento è l’aria.
Il sole imbionda sì la viva lana
che quasi dalla sabbia non divaria.
Isciaquìo, calpestìo, dolci rumori.
Ah perchè non son io co’ miei pastori?

                                                                       29
Il Bollettino, 155                                               Estate 2018

Een onafhankelijke jury zal zich buigen over de inzendingen en de
beste/mooiste belonen met de gids over de Abruzzen van Ingrid
Paardekooper. En wie zich wil laten ‘inspireren’ (om dit afgeragde,
afgrijselijke reclamewoord maar eens te gebruiken) door een fraaie
vertolking van het gedicht, kan terecht op
http://www.italyheritage.com/learn-italian/literature/dannunzio-i-
pastori.htm.

Veel plezier en succes.
Gerard Schelvis

                               ۞۞۞۞۞

     Osteria Francescana opnieuw het allerbeste restaurant

De lijst van de 50 beste restaurants ter wereld, The World’s 50 Best,
verwelkomt dit jaar een oude bekende. Osteria Francescana van chef-
kok Massimo Bottura uit het Italiaanse Modena is opnieuw verkozen
tot nummer één van de wereld. Dat was hij ook al in 2016.
Bottura hangt een vernieuwde Italiaanse keuken aan. Hij serveert
bijvoorbeeld ossobuco, het traditionele gerecht van gestoofde kafsschenkel,
als een soepje met Japanse rijst en presenteert zijn bollito misto van
gekookt vlees als de skyline van New York!

30
Estate 2018                                                      Il Bollettino, 155

                         Il bello della bicicletta
“L’uso della bicicletta permette di misurare il tempo, cosa a cui non
siamo più abituati nel nostro mondo digitale. Ci consente di
attraversare spazi, che altrimenti non sarebbe possibile percorrere.
Insomma ci dà un altro rapporto con lo spazio e con il tempo. Ci dà un
senso di libertà prezioso”.
Queste righe dal saggio Il bello della bicicletta dell’antropologo della
contemporaneità Marc Augé avranno ispirato anche il Touring Club
Italiano, fondato nel 1894 da 57 ‘velocipedisti’, e trasformato, nel
Novecento, in un formidabile strumento di conoscenza del territorio
italiano, della sua storia culturale, delle sue bellezze naturali e dunque
in un vettore di turismo nell’era dell’automobile e della mobilità di
massa.
Ora il Touring torna in qualche modo alle sue origine per proporsi
“come protagonista attivo di un ripensamento soprattutto culturale
della mobilità italiana” proprio mentre il Ministero delle Infrastrutture
e dei Trasporti ha già stanziato fondi (quasi 5 milioni di euro) per i
quattro progetti nazionali di grandi ciclovie, cioè la ciclovia VENTO
(Venezia-Torino), la Verona-Firenze, la ciclabile dell’Acquedotto
Pugliese, (in somma 1800 kilometri e 5 milioni di euro d’investi-
mento) e il GRAB (Gran Raccordo annulare delle Bici, 45 kilometri
all’interno della città di Roma. Quest’ultimo percorso, pianeggiante, è
anche una lezione itinerante di storia: parte da Romolo e Remo e
arriva alle architetture contemporanee di Renzo Piano e Zaha Hadid,
unendo tra loro Colosseo, San Pietro, Trastevere, Galleria Borghese,
                                        eccetera, attraversando parchi e
                                        paesaggi bucolici (a 3 kilometri
                                        dal Foro Romano ci sono pastori
                                        e greggi di pecore!). L’apertura
                                        dei cantieri delle quattro ciclovie
                                        era prevista per quest’anno.
                                        E poi, ci sono altre infrastrutture, già
                                        realizzate o in via di realizzazione: la

                                                                                31
Il Bollettino, 155                                                      Estate 2018

ciclovia del Garda, la Lignano-Grado-Trieste, la Adriatica, la Tirrenica, la
ciclovia della Magna Grecia, quella sarda e infine la via ciclabile che
da Trieste conduce nel cuore dell’Europa, in tutto più di 3000
kilometri di piste nuove. Una belle notizia anche per gli sportivi olandesi che
desiderano attraversare il bel Paese in bici!
Il Touring sta immaginando uno slogan da collegare all’immagine di
un’Italia ricca di straordinari tesori culturali e paesaggi magnifici, per
non parlare del cibo e del vino: “Ma prima prendete la bicicletta”, un
invito legato al grande interesse che la biclicetta registra in molti
indicatori (pubblicità, Rete, sequenze in televisione e nei film).
Si può dire che la bicicletta “va di moda”: in Italia la ‘bicicletta
muscolare’ tradizionale è usata da 1.555.000 ciclisti, quella a pedalata
assistita da 125.000 con una forte tendenza alla crescita.
Bronnen: Ministero delle Infrastrutture e dei Trasporti, Touring Club Italiano,
Velolove.it

32
Estate 2018                                                    Il Bollettino, 155

                        L’invasione dell’arte
Sono arrivate le installazioni dell’arte.
Tante installazioni, a Palermo.
Chiese deserte, palazzi vecchi in costruzione, palazzi nascosti dentro
la città, l’archivio di stato pieno di libri grossi, una vecchia cripta e
palazzi che sono stati chiusi talvolta per vent’anni: quest’anno
tantissimi edifici a Palermo sono aperti al pubblico per la Manifesta
12. La città famigerata è cambiata dal mio primo incontro. Il sindaco,
molto noto, Leoluca Orlando, racconta che la città non era proprio
preparata dieci, quindici anni fa per questa biennale. Prima di quel
periodo Palermo era conosciuta come capitale della mafia. Orlando ha
fatto tante cose buone per la città. Nel 2018 Palermo è diventata
                                       Capitale Italiana della Cultura e
                                       città degli ospiti della Manifesta
                                       12.
                                       Nel 2013 il sindaco ha chiamato
                                       Hedwig Feijen, direttrice della
                                       fondazione olandese Manifesta
                                       per chiedere se lei potesse fare
                                       qualcosa per la città. Manifesta è
una biennale d’arte e cultura contemporanea e la terza più importante
in Europa. Ogni edizione si svolge in una città diversa. Feijen
racconta, le ambizioni del sindaco erano un po’ difficili perciò lei ha
invitato lo studio di architettura olandese OMA (Office for
Metropolitan Architecture) per una collaborazione. Intitolato “Il
Giardino Planetario. Coltivare la coesistenza”, Manifesta 12 è ispirato
tra gli altri all’Orto Botanico per esplorare il grande tema del
convivere. I sottotemi sono derivati dalle storie degli abitanti: artisti,
autori e giornalisti sono stati intervistati. Tutte le storie, le analisi, le
foto e tante mappe sono assemblate nel Palermo Atlas.
È interessante vedere che la maggior parte dei artisti mostrano lavori
sociali rilevanti invece di solo bellezza. Cinquanta artisti sono stati
invitati e mostrano il loro lavoro nei diversi luoghi. Dentro la città
storica sono accessibili a piedi. Sebbene la splendida mappa della città
indica dove dovrebbero trovarsi questi luoghi, qualche volta si deve
cercare la propria installazione. Così scopri la città che si sviluppa

                                                                              33
Vous pouvez aussi lire